De deontologische verantwoordelijkheid van de vastgoedmakelaar inzake zijn plichtenleer is strikt persoonlijk
Een bij het BIV ingeschreven zelfstandige makelaar voerde een bemiddelingsopdracht uit hem toegewezen door een makelaarskantoor (en dus in onderaanneming). Bij de uitvoering van die opdracht beging hij tuchtrechtelijk sanctioneerbare fouten. Het makelaarskantoor (via de bestuurder) met wie de klant de makelaarsovereenkomst had gesloten, nam echter de (deontologische) verantwoordelijkheid op voor de fout van de zelfstandige makelaar die zij had ingeschakeld. Om die reden werd deze laatste tuchtrechtelijk “vrijgesproken”.
Het Hof van Cassatie dacht daar in haar arrest van 18 december 2025 echter anders over en vernietigde de vrijspraak: de (deontologische) aansprakelijkheid van een bij het BIV ingeschreven makelaar inzake zijn plichtenleer is en blijft persoonlijk en kan bijgevolg niet overgedragen worden aan de makelaar (natuurlijke of rechtspersoon) die de opdracht voor uitvoering ervan doorschoof aan een medewerker (zelfstandig of in dienstverband).