26.05.2026

De vervallen handelshuurder krijgt een tweede kans, de geweigerde niet

Publicaties

Nadat een regelmatige aanvraag tot handelshuurhernieuwing in 2010 door de verhuurder werd geweigerd, eindigde een handelshuurovereenkomst in 2011, maar de huurder bleef het pand verder gebruiken. De rechtbank van eerste aanleg leidde daaruit af dat op grond van artikel 14, derde lid Handelshuurwet een nieuwe overeenkomst van onbepaalde duur was ontstaan, waardoor de huurder opnieuw een hernieuwingsrecht en zelfs recht op een uitzettingsvergoeding zou hebben.

Deze redenering werd door het Hof van Cassatie in haar arrest van 26 februari 2026 teruggefloten. Het Hof verduidelijkt dat artikel 14, derde lid enkel geldt voor de huurder die van zijn hernieuwingsrecht is vervallen, omdat hij dit niet of niet regelmatig heeft uitgeoefend. De bepaling is dus niet van toepassing wanneer de huurder zijn recht correct heeft uitgeoefend, maar de verhuurder de hernieuwing geldig heeft geweigerd. In dat geval doet het loutere verder gebruik van het pand geen nieuwe handelshuurovereenkomst van onbepaalde duur ontstaan.