28.04.2026

Verzekeringsdekking begint met tijdige aangifte

Publicaties

De verjaringstermijn voor wie bij een schadegeval zijn eigen verzekeraar procedureel wil aanspreken bedraagt drie jaar. Die termijn loopt vanaf het schadegeval maar wordt wel gestuit door aangifte van het schadegeval. Dit betekent dat de (verjarings)teller opnieuw op nul wordt gezet zodra die aangifte wordt gedaan en pas opnieuw begint te lopen voor de volle drie jaar zodra die verzekeraar ondubbelzinnig dekking weigert wat soms vele maanden kan duren (art. 89 van de verzekeringswet van 4 april 2014). Aldus kan het gebeuren dat de verzekeringsdekking pas verjaart (bv.) méér dan vier jaar na het schadeval.

Dit vergt wel dat tijdig aangifte wordt gedaan van het schadegeval. Voor die aangifte geldt echter niet voormelde driejarige termijn. Wel geldt de termijn daarvoor bepaald in de polis. Blijkt die termijn onredelijk kort, dan geldt dat de aangifte in ieder geval moet gebeuren “zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk” (art. 74 van voormelde verzekeringswet). Een aangifte die zich weliswaar situeert binnen de drie jaar maar niettemin onredelijk lang na kennis van het schadegeval, zal dan ook geen stuiting van de verjaring opleveren, aldus nog eens recent het Hof van Cassatie in haar arrest van 13 maart 2026. Als startpunt van de verjaring zal dan niet de datum van de aangifte gelden maar de datum van het schadegeval (of hooguit de datum waarop volgens de polis of redelijkerwijs de aangifte moest gebeuren).

Terzijde nog, wanneer de aangifte laattijdig is maar de vordering tot dekking toch nog niet is verjaard, kan de verzekeraar haar dekking verminderen ten belope van het nadeel dat zij lijdt door de laattijdige aangifte (art. 76 van voormelde verzekeringswet).