27.10.2026

Artikel van de maand door Alain Uyttenhove en Fiebeke Depoorter: Tijdskrediet en thematische verloven anno 2026. Over bossen en bomen.

Publications

Vroeger was het eenvoudiger. In 2002 werd in de privésector de figuur van de loopbaanonderbreking opgevolgd door wat we nu kennen als “tijdskrediet”. Met het oog op een betere combinatie tussen werk en privé konden, met ingang van 1 januari 2002, werknemers uit de private sector beslissen om, tijdelijk, hun tewerkstelling volledig te schorsen, of te reduceren tot de helft of tot 4/5. Naast het tijdskrediet bestonden drie zogenaamde “thematische verloven”: ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en verlof voor palliatieve zorg. En dat was het zo ongeveer. Ondertussen zijn we 2026, en is het landschap van de onderbreking van de loopbaan in de private sector behoorlijk gewijzigd. Hierna een kort overzicht.

Tijdskrediet anno 2026 kan niet langer zonder een (wettelijk) motief. Vroeger kon dat wel: wie vroeger zijn loopbaan als boekhouder tijdelijk wilde onderbreken om na te gaan of er geen loodgieter, bloemschikker of muzikant aan hem of haar verloren was gegaan, of om een wereldreis te maken, kon dat. Nu – in principe – niet meer. Tijdskrediet kan nu enkel nog worden opgenomen omwille van de volgende redenen:

  • zorg voor een kind jonger dan 8 jaar;
  • zorg of bijstand aan een zwaar ziek minderjarig kind;
  • zorg voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar;
  • zorg voor of bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid;
  • palliatieve zorgen aan iemand met een ongeneeslijke ziekte, die bovendien terminaal is;
  • het volgen van een “erkende” opleiding;
  • landingsbaan.

Tijdens de onderbrekingsperiode kan de RVA een forfaitaire vervangingsuitkering toekennen. De totale duur van de onderbreking is afhankelijk van de aard van het ingeroepen motief. Hetzelfde geldt voor de omvang van de onderbreking – geheel, half of 1/5.

Voor tijdskrediet met het oog op een landingsbaan is geen specifiek motief vereist. Het bereiken van de leeftijd van 55 jaar volstaat. Het loopt tot het bereiken van de pensioenleeftijd, en kan bestaan uit de reductie van de loopbaan tot halftijds of 4/5. Ook hier kan de RVA een forfaitaire vervangingsuitkering toekennen, zij het in principe pas vanaf de leeftijd van 60 jaar. Er zijn echter afwijkende voorwaarden, bijvoorbeeld bij werknemers met een lange anciënniteit of zwaar beroep.

Tijdskrediet buiten één van deze motieven is, in tegenstelling tot vroeger, niet langer mogelijk.

De drie thematische verloven die al bestonden – ouderschapsverlof, verlof voor palliatieve zorg en verlof voor medische bijstand – zijn ondertussen aangevuld met een vierde thematisch verlof, met name het verlof voor mantelzorg.

Het meest gekende thematische verlof is ongetwijfeld het ouderschapsverlof, waarbij de ouder de mogelijkheid krijgt om voor zijn jonger kind te zorgen. Dit kan bestaan uit de volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst voor een (aansluitende of opgesplitste) periode van 4 maanden, halftijds voor een periode van 8 maanden, telkens één dag per week voor 20 maanden of 1 dag per twee weken over 40 maanden. De vermindering in arbeidsprestaties wordt daarbij opgevangen door een uitkering vanwege de RVA.

Om een zwaar ziek gezins- of familielid bij te staan of te verzorgen, kan de werknemer beroep doen op verlof voor medische bijstand. Ook hier kan worden gekozen tussen een volledige schorsing van de arbeidsprestaties, of een vermindering met de helft of 1/5. De maximale duurtijd bedraagt 12 of 24 maanden, afhankelijk van de omvang van de schorsing.

Voor de verzorging van een persoon die aan een ongeneeslijke ziekte lijdt, kan dan weer beroep gedaan worden op het palliatief verlof. Dit voor 1 maand, tweemaal verlengbaar met 1 maand.

Een werknemer die erkend mantelzorger van een zorgbehoevende persoon is, heeft recht op onderbreking van de arbeid in de vorm van het verlof voor mantelzorg. Sinds 1 juli 2026 bedraagt het recht op mantelzorgverlof 6 maanden volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, ofwel 12 maanden met 1/2de loopbaanvermindering of 30 maanden met 1/5de loopbaanvermindering, per zorgbehoevende persoon.

Hoewel het stelsel van tijdskrediet zeer sterk lijkt op de stelsels van de thematische verloven, situeren de verschillen zich voornamelijk op het vlak van de duurtijd.

Het stelsel van tijdskrediet staat volledig los van de thematische verloven. Dit betekent dat een opgenomen tijdskrediet met motief niet wordt aangerekend op de thematische verloven en vice versa. Een werknemer die bijvoorbeeld ouderschapsverlof als thematisch verlof heeft opgenomen om voor zijn kind te zorgen, kan ná dat ouderschapsverlof onder bepaalde voorwaarden ook nog beroep doen op het tijdskrediet om voor zijn kind te zorgen. Een cumulatie van beide regimes op hetzelfde moment is evenwel niet mogelijk. Belangrijk hierbij is aan te stippen dat de werknemer die thematisch verlof opneemt, tevens tegen ontslag is beschermd.

In de openbare sector spreken we (nog steeds) niet over tijdskrediet, maar over loopbaanonderbreking. De verschillende soorten loopbaanonderbreking en de voorwaarden waaronder deze kunnen worden toegekend, zijn afhankelijk van overheid tot overheid. En om het nog wat complexer te maken: op Vlaams niveau spreken we niet langer over loopbaanonderbreking, maar over zorgkrediet.

Vragen? Neem dan gerust met ons contact op.