Autonoom karakter van de vordering inzake tienjarige aansprakelijkheid van aannemers
Architecten en aannemers zijn op basis van de artikelen 1792 en 2270 oud BW gedurende tien jaar aansprakelijk voor ernstige gebreken die de stabiliteit of de stevigheid van het gebouw aantasten. Dit is een vervaltermijn die begint te lopen vanaf de aanvaarding van de werken en dit voor elke aannemer afzonderlijk. De regresvordering die een hoofdaannemer heeft op zijn onderaannemer(s) is ook onderworpen aan deze tienjarige termijn.
In een arrest van 21 november 2025, waarbij een bouwheer de hoofdaannemer en architect had aangesproken voor ernstige gebreken in de dakconstructie, bevestigt het Hof van Cassatie het autonome karakter van opeenvolgende aannemingscontracten. Dit betekent dat bij een reeks aannemingscontracten, ook met onderaannemers, elk contract afzonderlijk moet worden beoordeeld. Dit houdt in dat een aanvaarding van de werken in de ene contractketen, bijvoorbeeld tussen bouwheer en hoofdaannemer, niet automatisch geldt voor de andere, bijvoorbeeld tussen hoofdaannemer en onderaannemer.
Hieruit volgt dat elke vordering binnen de eigen tienjarige aansprakelijkheidstermijn moet worden ingesteld en dat het aanvangspunt van deze termijn voor elk contract afzonderlijk moet worden beoordeeld.