Na faillissement primeert het belang van de boedel, niet dat van de aandeelhouder
In haar arrest van 28 november 2025 sprak het Hof van Cassatie zich uit over een dading die een curator sloot in het kader van een faillissement en waarvoor rechterlijke homologatie vereist was. Een aandeelhouder van de failliete vennootschap trachtte in die procedure tussen te komen, omdat hij het niet eens was met de voorwaarden van de dading.
Het Hof oordeelde dat aandeelhouders van een failliete vennootschap geen recht of belang hebben om tussen te komen in de procedure tot homologatie van een door de curator gesloten dading. De rechterlijke controle in dat kader beperkt zich tot de vraag of de dading de belangen van de boedel en de schuldeisers dient. De wettelijke regeling kent aandeelhouders daarbij geen zelfstandige processuele rol toe.
Het arrest bevestigde dat de curator, onder toezicht van de rechter-commissaris en de rechtbank, autonoom beslist over het sluiten van dadingen in het faillissement. De mogelijke invloed van een dading op een eventueel resterend saldo voor aandeelhouders volstaat niet om hen een recht van tussenkomst in de homologatieprocedure toe te kennen.