06.01.2026

Recent cassatiearrest over het individueel controlerecht: verruiming in zicht?

Publications

Wordt in een vennootschap geen commissaris benoemd, dan heeft iedere aandeelhouder individueel de onderzoeks- en controlebevoegdheid van de commissaris (art. 3:101 WVV). Dat recht laat toe om inzicht te krijgen in de werking en de cijfers van de vennootschap door inzage te vragen in de boekhouding en andere relevante documenten op de zetel. Voor aandeelhouders is dit geen theoretisch vangnet, maar een concreet instrument om na te gaan of de vennootschap correct wordt bestuurd en financieel gezond is.

Over de draagwijdte van dat controlerecht bestond in de praktijk lange tijd discussie. Het werd vaak, zeker in conflictdossiers, strikt ingevuld. Veelal beperkte de vennootschap (of het bestuur) de inzage tot documenten van het lopende boekjaar. Ook leefde het idee dat documenten uit het verleden buiten bereik vielen zodra de jaarrekeningen waren goedgekeurd, zeker wanneer de aandeelhouder zelf met die goedkeuring had ingestemd. Die benadering maakte het controlerecht in sommige situaties minder slagkrachtig.

In een arrest van 4 december 2025 schepte het Hof van Cassatie hierover meer duidelijkheid. Het Hof bevestigde dat een aandeelhouder die het controlerecht uitoefent met betrekking tot een lopend boekjaar, ook documenten mag inkijken die verband houden met eerdere, reeds goedgekeurde jaarrekeningen, voor zover die relevant zijn voor de controle. Dit arrest benadrukt het belang voor aandeelhouders om hun controlerecht actief en goed geïnformeerd uit te oefenen. Aandeelhouders kunnen er immers hun positie mee versterken door het tijdig en doelgericht te benutten. We verwijzen in dat verband ook naar het eerder artikel dat we hierover schreven.